“Je moet zorgen voor een goede werk-privébalans.”
Het is zo’n advies dat we al jaren horen. Net als voldoende water drinken en 10.000 stappen zetten. Het klinkt logisch. Verstandig zelfs. Maar als we eerlijk zijn: wie heeft die perfecte balans eigenlijk ooit echt gevonden?
Op maandag loopt alles op rolletjes. Op dinsdag belt school dat je kind ziek is. Woensdag wacht er een deadline. Donderdag wil je sporten, maar eindig je toch weer achter je laptop. En in het weekend probeer je in te halen wat doordeweeks is blijven liggen.
Balans? Vaak voelt het meer als jongleren.
Misschien zit precies daar het probleem. Het woord ‘balans’ suggereert dat werk en privé twee tegenovergestelde krachten zijn die elkaar voortdurend in evenwicht moeten houden. Alsof tijd voor je werk automatisch ten koste gaat van tijd voor jezelf. Of andersom.
Stewart Friedman, bekend van zijn onderzoek naar work-life integration, stelt daarom een interessante vraag: wat als we stoppen met zoeken naar balans?
Van balans naar integratie
Volgens Friedman draait een goed leven niet om het keurig verdelen van uren tussen werk en privé. Het gaat erom dat de verschillende onderdelen van je leven elkaar zoveel mogelijk versterken.
Dat klinkt misschien wat abstract, maar in de praktijk is het juist heel concreet.
Een wandeling met een collega kan bijdragen aan je gezondheid én aan een beter gesprek. Vrijwilligerswerk kan vaardigheden ontwikkelen die je ook op je werk gebruikt. En een werkgever die ruimte biedt voor persoonlijke ontwikkeling krijgt daar vaak meer betrokken medewerkers voor terug.
Het gaat dus niet om een perfecte scheiding tussen werk en privé. Het gaat om de vraag: hoe zorg ik ervoor dat alles wat belangrijk is in mijn leven zo goed mogelijk samenwerkt?
Waarom dit juist nu relevant is
Vroeger was de grens tussen werk en privé vaak duidelijker. Je ging naar kantoor, deed je werk en kwam weer thuis.
Tegenwoordig lopen die werelden veel vaker door elkaar. We beantwoorden ’s avonds nog even een bericht. Plannen een privéafspraak tussen twee vergaderingen door. Werken thuis, onderweg of op wisselende tijden. En zijn ondertussen bijna altijd bereikbaar.
Dat heeft nadelen. Maar het biedt ook kansen.
Want als werk en privé toch al meer met elkaar verweven zijn, kunnen we misschien beter leren hoe we daar slim mee omgaan dan blijven streven naar een evenwicht dat in de praktijk nauwelijks bestaat.
Drie vragen die helpen
Als je meer wilt werken vanuit integratie dan vanuit balans, stel jezelf dan regelmatig deze vragen:
- Wat geeft mij energie?
- Waar gaat mijn tijd werkelijk naartoe?
- Welke activiteiten dragen bij aan meerdere doelen tegelijk?
Vaak leveren juist deze eenvoudige vragen verrassende inzichten op.
Geen perfect plaatje
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie: een goed leven is geen perfect verdeelde agenda.
Er zullen altijd periodes zijn waarin werk meer aandacht vraagt. Of je gezin. Of je gezondheid. Dat is niet per se een teken dat je uit balans bent. Het is vooral een teken dat het leven beweegt.
De kunst is niet om alles exact in evenwicht te houden.
De kunst is om bewust keuzes te maken en ervoor te zorgen dat de verschillende rollen die je hebt elkaar zoveel mogelijk versterken.
Dat voelt misschien minder als balans.
Maar wel een stuk meer als leven.